Ga direct naar


Bloedluis

Uiterlijk
Larve 6 poten, na eerste vervelling 8 poten. Lengte van een ei is 0,4 mm. Een volwassen bloedluis (word ook vogelmijt genoemd) is 0,8 tot 1 mm lang, is ovaal van vorm en heeft 8 poten. De kleur is rood tot kleurloos.

Ontwikkeling
Per dag worden 3 tot 7 eieren afgezet in naden en kieren. Deze eieren komen na 25 tot 48 uur uit, afhankelijk van de temperatuur. Het nimfstadium duurt 5 tot 6 dagen. Tijdsduur van ei tot volwassen dier 7 tot 10 dagen. Levensduur 4 tot 6 maanden als ze een groot deel van de tijd hongeren. Bloedluizen kunnen 4 tot 5 maanden hongeren.

Leefwijze
Leven in de directe omgeving van vogels, dus in vogelnesten en kippenhokken. Bloedluizen (vogelmijten) zijn erg lichtschuw en houden zich overdag schuil in allerlei naden en kieren. Voedselopname vindt meestal 's nachts plaats. Bloedluizen zuigen bloed bij vogels (nooit van knaagdieren). Ze leven niet op de vogels, de vogels dienen alleen maar als voedselbron, ze gaan op zoek naar voedsel vanuit verlaten vogelnesten (en kunnen dan woningen binnenkomen). De eitjes worden in groepjes afgezet in de directe omgeving van de gastheer.

Schade
Bloedluizen (vogelmijt) zijn soms hinderlijk in gebouwen. Een proefbeet bij de mens kan ernstige jeuk veroorzaken en bloedluizen blijven niet bij de mens. Als bloedluizen in grote aantallen voorkomen in kippenhokken, veroorzaakt dat een sterke verzwakking van de kippen. Ze raken van de leg af en soms sterven ze. Ziekten kunnen ze overbrengen bij kippen.

Wering/Preventie
Voorkom (met gaas of kunststofstrippen) dat vogels kunnen nestelen onder de dakpannen. Voorkom ook aangebouwde vogelhokken of volières direct tegen woningen en verwijder vogelnesten.

Bestrijding
Verlaten vogelnesten en omgeving behandelen met bestrijdingsmiddelen op basis van cyfluthrin, deltamethrin, permethrin of chloorpyrifos. In kippenschuren eerst gevoeligheidstest uitvoeren voor de verschillende werkzame stoffen. De gevoeligheid kan per pluimvee namelijk verschillen. Voor behandeling van postduiven, volièrevogels en kippen: vraag eerst advies bij de dierenarts!