Ga direct naar


Hommel

Uiterlijk
De hommel heeft een pelsachtige beharing, waardoor het dier zich goed in gematigde klimaten (en in hooggebergte) kan handhaven. Hommels in de subtropen zijn zeldzaam. Meestal kleurige vormen. Alle hommelsoorten, groot of klein, zijn wat lichaamsvorm betreft gedrongen en stevig. Geelbruin op de kop en rug. Lengte ca 11 tot 13 mm.

Ontwikkeling
Volledige gedaanteverwisseling. Hommels zijn statenvormende insecten, staten zijn éénjarig. In een holte in de grond (nestkastje) wordt een cel met voedsel voor één larve gemaakt, het eitje wordt gelegd, de cel wordt gesloten. Vervolgens wordt een volgende cel aangemaakt. De steenhommel (Bombus lapidarius L.) kan in de zomer uitgroeien tot een volk van 300 exemplaren. Een aardhommelvolk (Bombus terrestris L.) kan in de zomer uitgroeien tot 600 exemplaren. Van alle hommelsoorten is het volk van de aardhommel het grootste.

Leefwijze
Kolonies van sommige soorten tellen slechts enkele tientallen exemplaren. Medio augustus verschijnen mannetje en jonge koninginnen. Het voedsel bestaat uit stuifmeel en nectar (bloemenbezoek). Nestplaatsen in holten in de grond, bomen en nestkastjes. Het overwinterende wijfje (koningin) sticht in het voorjaar een nieuwe kolonie.

Schade
Hommels steken bijna nooit, een enkele maal hinderlijk, bijvoorbeeld bij een zandbak.

Wering/Preventie
Niet van toepassing.

Bestrijding
Alleen toepassen als er werkelijk gevaar voor de mens (steken) aanwezig is (bijvoorbeeld bij kleuterscholen, bejaardentehuizen). Eventuele bestrijdingsactie (bij uitzonderingen!): uitvliegopening behandelen met poedervormig insecticide op basis van propoxur, permethrin of deltamethrin. Binnen enkele uren is de hommelpopulatie uitgeroeid.