Ga direct naar


Oorworm

Uiterlijk
Een oorworm is 1 tot 3 cm lang, donkerbruin van kleur en gevleugeld (maar ze vliegen zelden). Aan het achtereinde van het lichaam bevindt zich een tangvormig orgaan dat wordt gebruikt als verdedigingswapen. Deze tang is bij mannetjes langer en krachtiger dan bij vrouwtjes.

Ontwikkeling
Onvolledige gedaanteverwisseling. Het wijfje legt in het voorjaar 20 tot 80 eitjes in het holletje waar zij heeft overwinterd. Zij blijft voor de eitjes zorgen en beschermt ze teen vijanden. Ook worden de eitjes regelmatig gereinigd en tegen uitdrogen belikt. Na de broedzorg sterft het verzwakte vrouwtje en dient dan als voedsel voor haar eigen broed. De ontwikkeling van ei tot volwassen dier duurt 5,5 tot 8 maanden.

Leefwijze
Oorwormen leven hoofdzakelijk van plantaardige materialen op zeer vochtige plaatsen: schimmelsporten, algen, korst- en andere mossen, bloemen, zachte bladeren en onrijpe zaden. Ook nuttigen zij dode, reeds in ontbinding verkerende insecten. De oorworm is een nachtdier, voelt zich het prettigste bij ca. 25°C en een hoge relatieve luchtvochtigheid.

Schade
In de tuinbouw kunnen oorwormen schadelijk zijn door het aanvreten van aardbeien en andere soorten zacht fruit. Ook in de bloementeelt kunnen oorwormen voor schade zorgen.

Wering/Preventie
Saneren van vochtige plaatsen met veel rottend plantaardig materiaal. Zorg voor een goede hygiëne in en rond gebouwen (geen opgeslagen materialen). Kruipruimten goed droog houden (ventileren!). Composthopen zo ver mogelijk van de woning, achter in de tuin. Kieren en naden in de buitenmuur afdichten met kit. Ventilatieopeningen afdichten met zeer fijn roostergaas.

Bestrijding
Wegvangen met omgekeerde bloempot met vochtig hooi of een vochtige doek. Een chemische bestrijding is ongewenst.