Ga direct naar


Duif

Leefwijze
De echte rotsduif komt in Nederland niet tot nauwelijks voor. Stads- en postduiven zijn verwanten van de rotsduif. De stadsduif komt in alle steden ter wereld voor; grootte 30-35 cm.; hoofdkleur vaak grijs, echter veel kleurvariëteiten (blauw, rood, wit). Maximum laaftijd 20 jaar. Een duivenpaar blijft hun hele leven bij elkaar en nestelen 4-8 keer per jaar; per nest 2 eieren; broedduur 17 dagen; vliegvlug na 28 dagen. Nesten op randen, richels, dakgoten en balkons van gebouwen, onder bruggen, viaducten en in parkeergarages. Voedsel: zaden, jonge plantenscheuten, tafelafval (brood, aardappelen, etc.)

Overlast
In (moes)tuinen vraatschade aan zaaizaad, kiemende gewassen, granen, maïs;
In de bebouwde omgeving vervuiling en aantasting van gebouwen en kunstwerken door uitwerpselen; stank- en geluidoverlast, gladheid door mest; duiven zijn drager van parasieten en ziektekiemen; nesten bevatten nestfauna (o.a. vogelmijt, duiventeek, vogelvlo) en zorgen voor verstopping van regenwaterafvoeren; in de woonomgeving (maar ook in de voedingsmiddelenindustrie) vaak hinderlijk aanwezig (opslag-, overslag- en distributiebedrijven van granen, diervoeders en levensmiddelen zoals grote bakkerijen).

Voorkomen overlast
Verontrusten en weren (verstoren, verjagen, afschrikken) met schriklinten, ritselfolie, draden spannen, ballonnen, nabootsing roofvogel, fladderprojectiel. Zaaizaad dieper zaaien.

In de bebouwde omgeving weren door:

  • hygiëne, voedselresten opruimen, niet voederen, gemorste producten (graan) opruimen
  • nestelen tegengaan, eieren rapen, sterilisatie
  • landen en roesten tegengaan door het aanbrengen van pinnen, naalden, draden, schrikdraad
  • afschrikmiddelen, zoals geluid, nabootsing roofvogels
  • duiventorens plaatsen en eieren vervangen door kunsteieren

Beschermingsstatus
De Rotsduif is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder b, FFwet).

De gedomesticeerde rotsduif is echter niet beschermd (in artikel 4 wordt voor enkele vogelsoorten, waaronder de Rotsduif, een uitzondering gemaakt indien die dieren gedomesticeerd zijn); met de gedomesticeerde rotsduif wordt zowel op de postduif als op de stadsduif – een verwilderde vorm van de gedomesticeerde rotsduif – gedoeld.

Ontheffingen / vrijstellingen
Het is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende rotsduiven te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft. In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van stadsduiven een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit geoemde belangen. Van de daarin genoemde belangenzijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten ondernemen.

In geval het om stadsduiven gaat, zijn de verbodsbepalingen van de FFwet niet van toepassing. Wel geldt de algemene zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (eenieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving). Deze bepaling die geldt voor alle in het wild levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood, verontrust of gevangen mag worden.

Toegelaten bestrijdingsmiddelen:

Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen - indien en voor zover dat in de ontheffing wordt toegestaan - worden gebruikt:

  • geweer (alleen door houders van jachtakte)
  • jachtvogels
  • vangkooien