Veldkenmerken
62-68 cm. Lijkt sterk op Kleine Burgemeester, maar adult te onderscheiden door gele oogring, langere en forsere snavel, groter formaat en vleugels die in zit niet voorbij staart steken. Adult in broedkleed wit behalve bleek blauwgrijze rug en vleugels; vleugelpunten wit. Snavel donkergeel met rode vlek op gonys, poten bleek roze. Adult in winterkleed met kop, keel, nek, mantel en borst bleek grijsbruin gestreept. Juveniel licht roomkleurig, geheel gestreept met bleek vaalbruin; snavel roze met duidelijk afgetekende zwarte punt (in tegenstelling tot snavel van juveniele Kleine Burgemeester); verenkleed meestal lichter dan van Kleine Burgemeester. Vaak in groepen, maar ook vaak alleen. Vlucht als van andere grote meeuwen. Veel agressiever dan Kleine Burgemeester.
Geluid
Over het algemeen gelijk aan dat van Zilvermeeuw, maar iets scheller en schorrer; meestal zwijgzaam.
Habitat
Broedt op steile kliffen (vaak samen met Drieteenmeeuw en Kleine Burgemeester) en rotsige kusteilanden.
Voedsel
Voornamelijk dierlijk, levend gevangen of aas; ook menselijk afval en wat plantaardig materiaal zoals zeewier en bessen.