Leefwijze
Inheems, grootte: ca. 15 cm.; mannetje en vrouwtje verschillen van kleur (mannetje: zwarte bef, grijze kruin, bruin achterhoofd, vrouwtje: grijsbruin gestreept). Cultuurvolgers: leven in de omgeving van de mens. Bouwt slordig nest bij voorkeur in gaten in muren, onder dakpannen en dakranden of in nestkasten. Standvogel; broedt 3 à 4 keer per jaar, nestgrootte: 4-7 eieren, broedtijd: 12-14 dagen, jongen vliegen na 14 dagen uit.
Ondermeer door het ontbreken van geschikte nestgelegenheid gaat de soort de laatste jaren achteruit. De huismus staat op de rode lijst (gevoelige soort).
Voedsel: hoofdzakelijk zaadeter, maar ook broodkruimels. In de zomermaanden ook insecten. De jongen worden ook gevoed met insecten.Overlast
Als zaadeter ingezaaide gewassen en jonge scheuten. Ook graanvelden worden bezocht. Vanuit nesten verspreiding van nestfauna, zoals vogelmijten, vogelvlooien. Bevuiling met uitwerpselen (in en om gebouwen waar levensmiddelen worden geproduceerd).
Voorkomen overlast
Beschermen gewassen: afschrikken met vogelverschrikker, schriklinten, ritselfolie, draden spannen, ballonnen, nabootsing roofvogel, fladderprojectiel, zaaizaad dieper zaaien. In en om levensmiddelenbedrijven hygiëne betrachten, zodat geen voedsel beschikbaar is. De toegang tot gebouwen onmogelijk maken. Flapdeuren, strokengordijn, snelroldeuren, luchtstroom of netten aanbrengen.
Beschermingsstatus
De huismus is een beschermde diersoort zoals vermeld in artikel 4 eerste lid, onder b (FFwet).
Ook het nest van de huismus is beschermd (artikel 11 FFwet).
Ontheffingen / vrijstellingen
Het is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende huismussen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft.
Als een huismus b.v. een huis is binnengevlogen, ligt het voor de hand om het dier weer naar buiten te krijgen. Gaat het dier niet uit zich zelf naar buiten, dan moet geprobeerd het dier via opjagen of vangen weer naar de vrije natuur te krijgen (meer info).
In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van huismussen een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (b.v. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen – indien en voor zover dat in de ontheffing wordt toegestaan – worden gebruikt:
- geweer (alleen door houder van jachtakte)
- jachtvogels
- vangkooien