Leefwijze
Standvogel. Grootte: 30-34 cm. Donkergrijs met lichtgrijze zijhals en achterhoofd. Korte afstandtrekker vanuit het noorden. Holenbroeder nestelt in boomholten, konijnenholen in de duinen, schoorstenen, luchtkanalen, nestkasten en rotsspeten. Broedt in losvaste kolonies in zowel landelijke als stedelijke omgeving. Legt 4 tot 5 eieren. De broedduur is ongeveer 16 dagen. De jongen vliegen na ca. 30 dagen uit. Voedsel: alleseter: wormen, slakken, insecten (engerlingen, emelten), vruchten, graan, voedselresten, eieren en jongen van kleinere vogels. Kauwen leven in groepen en hebben een gezamenlijke slaapplaats.
Overlast
Vernielen gazons (sportvelden) op zoek naar insectenlarven (engerlingen, emelten). Vraat-, pik- en krabschade aan ingezaaide en gekiemde gewassen, aan fruit; schade aan graan (legeren); geluidoverlast op de gezamenlijke slaapplaatsen; verstoppen van schoorstenen, rook- en ventilatiekanalen door nestmateriaal; aanpikken rieten daken; schade aan materialen door speelgedrag (laten vallen van kiezelstenen vanaf grinddaken)
Voorkomen overlast
Ter voorkoming van schade aan gewassen (zaaigoed) weren met schriklinten, ritselfolie, draden spannen en fladderprojectiel, nabootsen roofvogel; zaaizaad dieper zaaien; nestelen in rookkanalen en ventilatiekanalen is te voorkomen door het aanbrengen van kraaienkappen (boldraadrooster) of gaas.
Beschermingsstatus
De kauw is een beschermde inheemse diersoort (artikel 4, eerste lid, onder b, FFwet).
Ook het nest van een kauw is beschermd (artikel 11 FFwet).
Ontheffingen / vrijstellingen
Het is zonder ontheffing toegestaan om hinder- of schadetoebrengende kauwen te weren; dit houdt in het treffen van zodanige maatregelen dat een hinder- of schadetoebrengend dier wegblijft.
Als een kauw b.v. een huis is binnengevlogen, ligt het voor de hand om het dier weer naar buiten te krijgen. Gaat het dier niet uit zich zelf naar buiten, dan moet geprobeerd het dier via opjagen of vangen weer naar de vrije natuur te krijgen (meer info).
In het geval het weren geen afdoende resultaat heeft gehad, kan in bepaalde gevallen voor het doden, verjagen, verontrusten, vangen e.d. van kauwen kan een ontheffing verkregen worden. De ontheffing moet worden aangevraagd bij de Dienst Regelingen. Behalve de algemene voorwaarde dat de gunstige staat van instandhouding (info) niet in gevaar mag komen en de eis dat er geen andere bevredigende oplossing (info) mag bestaan, moet er ook sprake zijn van een van de in artikel 2, derde lid, Vrijstellingsbesluit genoemde belangen. Van de daarin genoemde belangen zijn in dit kader relevant ernstige schade aan eigendommen en belangrijke overlast veroorzaakt door dieren. Het moet hierbij gaan om schade of hinder/overlast van betekenis; dit kan het geval zijn als meerdere mensen veel overlast hebben (b.v. een hele buurt of dorp), of als er schade is aan meerdere eigendommen (dus niet de beschadiging van een enkele auto). Het ligt in deze situatie voor de hand de gemeente actie te laten nemen.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen – indien en voorzover dat in de ontheffing wordt toegestaan – worden gebruikt:
- geweer (alleen door houder van jachtakte)
- jachtvogels
- levende lokvogels (alleen gefokte kraaien, eksters of kauwen) als hulmiddel voor het vangen van eksters met behulp van vangkooien of kastvallen; de lokvogels moeten voorzien zijn van voldoende voedsel en water.
- vangkooien
- kastvallen