Leefwijze
Exoot; omdat deze soort buiten zijn specifieke leefgebied verblijft; algemeen voorkomend in Nederland; grootte: 63-73 cm., lichtbruin met roodbruine bovendelen, beige-grijze onderdelen en donkere buikvlek, groot wit vleugelveld, donkere vlek rond het oog, vale roze snavel en lange dofroze poten; broeden al vanaf half januari tot eind juni, in bomen, in grote nesten van andere vogels (reiger, ooievaar), in de vork van boomstammen, of tussen dichte vegetatie, nestgrootte gemiddeld 4 eieren. Komt voor in waterrijke omgeving, zoals nabij water- en rietmoerassen, weidegebieden, rivieren, maar ook in stadsparken. Voedsel: planteneters, vnl. gras, maar ook granen, bieten, aardappelen, peulvruchten, groenten. Ze zoeken hun voedsel zowel op akkers als op weidegronden.
Overlast
Uitgezette en ontsnapte exemplaren van deze Afrikaanse soort hebben gezorgd voor een flinke populatie. Momenteel ca. 6000 broedparen in Nederland die op het land overlast veroorzaken: vraatschade aan gewassen, zoals granen, mais, bieten aardappelen, peulvruchten, groenten en gras; vertrappen en verslempen van de grond. Particulieren zullen hiervan niet snel overlast ondervinden.
Sterk territoriumgedrag en daardoor agressief t.o.v. andere watervogels.Voorkomen overlast
Op het land verontrusten en weren (verstoren, afschrikken) met vogelverschrikker, vlaggen, knalapparaten, schriklinten, ritselfolie, nabootsing roofvogel, fladderprojectiel.
Beschermingsstatus
De nijlgans is niet aangewezen als een beschermde diersoort; het betreft hier een exoot.
Ontheffingen / vrijstellingen
Omdat de nijlgans niet als beschermde diersoort is aangewezen, gelden de verboden in de FFwet niet om dit dier te vangen, doden, te verontrusten, etc.. Wel geldt de algemene zorgplichtbepaling, neergelegd in artikel 2 FFwet (eenieder neemt voldoende zorg in acht voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving). Deze bepaling die geldt voor alle in het wild levende dieren, houdt in dat een dier niet zinloos gedood, verontrust of gevangen mag worden.
Toegelaten bestrijdingsmiddelen:
Voor het doden, vangen, verjagen e.d. mogen worden gebruikt:
- geweer (alleen door houders van jachtakte)
- jachtvogels
- vangkooien