Veldkenmerken
78-90 cm. Verschilt van Blauwe Reiger door kleiner formaat en duidelijk donkerder verenkleed. Rug en vleugels leigrijs, in broedseizoen kastanjebruine, verlengde schouderveren. Kruin en kuif zwart; borst kastanjebruin met zwart aan zijden; sterk gestreepte, roodbruine nek. Juveniel meer zandkleurig, met kastanjebruine kruin en zonder zwarte strepen op kop en nek. Heeft meer ’slangachtige’ kop en nek dan Blauwe Reiger. Vliegt met ingetrokken, meer ’doorgezakte’ nek en snellere vleugelslag dan Blauwe Reiger; tenen van Purperreiger zijn langer.
Geluid
Lijkt op dat van Blauwe Reiger, maar meestal zwijgzaam.
Voorkomen
Plaatselijke broedvogel in kleine tot vrij grote kolonies.
Habitat
Gebonden aan natte gebieden met hoge en dichte opgaande vegetatie, waarin nesten gebouwd worden. Ondiepe, voedselrijke wateren met vlakke bodem en zonder rotsen en dergelijke, meestal omgeven door dichte, opgaande vegetatie.
Voedsel
Fourageert, vanuit een stilstaande houding, op vissen en insecten, vooral in de vroege ochtend en avond. Neemt ook wel kleine zoogdieren en amfibieën.
Ei
Soms met rode/donkerbruine/witte tekening. Basiskleur bleekblauw/blauwgroen. Schaal vaak met ’speldeprik’-poriën, niet glanzend. Vorm subelliptisch/kort subelliptisch. Formaat 57 x 41 mm (50-61 x 37-44), gewicht 50 g (37-60). Lijkt sterk op ei van Blauwe Reiger.