Dwergvleermuis (meest voorkomende vleermuis in Nederland)
Uiterlijk
Lichaamslengte 33 tot 45 mm, vleugelspanwijdte 200 tot 220 mm en gewicht 3 tot 8 gram. Vachtkleur is donkerbruin, tegen zwart aan. De buikvacht is lichter van kleur. Oren en vleugels zijn zwart.
Ontwikkeling
De paartijd valt in april tot mei. De draagtijd is 6 tot 8 weken. De dwergvleermuis heeft jaarlijks 1 tot 2 worpen van 1 tot 2 jongen. Deze worden geboren in een kraamkolonie. Jonge dwergvleermuizen zijn tot na de eerste winter donkerder en grauwer van kleur.
Leefwijze
Dwergvleermuizen jagen het liefste op terreinen met bomen, tuinen en rond lantaarnpalen. Zij mijden grote open vlakten en vangen kleine insecten zoals muggen, motjes, schietmotten en gaasvliegen in de lucht. De dwergvleermuis vliegt vlak voor of na zonsondergang (30 minuten voor het uitvliegen worden ze onrustig in hun slaapplaats). De invliegopeningen worden gemarkeerd door uitwerpselen en urinesporen. Het vrouwtje keert vaak na het uitvliegen snel terug om de jongen te voeden. Zomerverblijfplaatsen bevinden zich vrijwel altijd in gebouwen en winterverblijfplaatsen in spouwmuren, maar ook met grote groepen in groeven en grotten. Als de jongen gaan vliegen, kunnen ze in woningen terechtkomen en voor (onnodig) paniek zorgen.
Schade
Soms geluidhinder bij in- en uitvliegen van de schuilplaatsen, vaak als deze zich in de nabijheid van de slaapvertrekken bevinden.
Wering/preventie
Eventuele bouwkundige wering/preventie dient uitsluitend te worden toegepast in perioden dat er geen vleermuizen aanwezig zijn. In geval van hinder door vleermuizen kan voor advies contact worden opgenomen met:
Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming
Oude Kraan 8
6811 LJ Arnhem
Tel: 026 - 370 4 038
E-mail: zoogdier@bigfoot.com
Bestrijding
Vleermuizen zijn beschermde diersoorten. Overlast van vleermuizen mag niet zonder noodzaak worden opgelost door de dieren te doden, te verstoren, te vangen en daarna te verplaatsen, of hun hol, voortplantings- of rustplaats ontoegankelijk te maken. Onder noodzaak wordt nadrukkelijk niet verstaan: angst, uitwerpselen op ramen, vensterbanken en tuinmeubilair, lawaai etcetera. Ontheffing of vrijstelling voor bestrijding dient te worden aangevraagd bij de provincie.