Uiterlijk
De natte woelrat is grijsbruin tot zwart van kleur, is plomp gebouwd en heeft een stompe snuit. Oren en ogen liggen in de vacht verborgen. De volwassen woelrat heeft een lichaamslengte van 167 tot 187 mm en een korte behaarde staart van 85 tot 105 mm.
Ontwikkeling
Wijfjes hebben gemiddeld 3 worpen per jaar. De draagtijd telt 20 tot 22 dagen. De jongen zijn na 3 maanden geslachtsrijp. Nestgrootte van 2 tot 7 jongen. Zoogperiode naar schatting 2 weken. Vermoedelijke maximale levensduur van 18 maanden, inclusief winterslaap.
Leefwijze
De natte woelrat knaagt aan zachtere, ondergrondse plantendelen van knol- en bolgewassen en aan wortels. In waterrijke streken worden vanuit de slootkant zelf gegraven gangen (schuilplaatsen) gemaakt. Het gangenstelsel kan zeer uitgebreid zijn, tot 100 m lengte. Soms worden oude mollengangen gebruikt. De gangen liggen op 10 tot 20 cm diepte, nesten en voorraadkamers op 50 – 60 cm diepte. Bij aangevreten wortels is duidelijk zichtbaar dat van onderaf gegeten/geknaagd is (in tegenstelling tot de bruine rat, die graaft en knaagt van de oppervlakte naar beneden).
Schade
Vooral in jonge boomgaarden aanzienlijke schade (wortelscheuten), bloemenvelden, witlofpercelen, winterwortel- en waspeenteelt.
Bestrijding
Langs het water met vangpot van kunststof of gaas. In het water evenwijdig aan de walkant, opening onder water. Zorg dat de openingen vrij van vuil zijn en zodanig tegen de kant gedrukt dat woelratten er niet achterlangs kunnen. Een andere mogelijkheid is met een gewone rattenval langs de oever omlaag hangen en beazen met tulpenbol of witlofpeen. Let op: lokaas juist boven de waterspiegel. Op het land bestrijden met mollenklemmen. Gang opzoeken met zoekstaaf, aan weerszijden van gat klemmen plaatsen. In teelt van land- en tuinbouwgewassen: (winter)wortelen; bromadiolon (zelf mengen), uitzetten in gangen (toegelaten concentraat bevat 10 gram bromadiolon/liter; let op het gevarenteken van het doodshoofd).